thuiskomen in het landschap
Hoe ouder ik word, hoe sterker mijn band met de Kempen aanvoelt. Dat is geen nostalgie, geen romantisch teruggrijpen naar vroeger, maar een langzaam gegroeide waardering. Voor het landschap, vanzelfsprekend. Maar evenzeer voor de mensen die er leven, werken en blijven. Een streek leer je pas echt kennen als je er niet meer doorheen wil, maar er wil zijn.
Ik ben een Kempenaar. Geboren en getogen op zandgrond. Grond die nooit vanzelf meegaf, die arbeid vroeg, volharding, en vooral samenwerking. Er wordt wel eens gesproken over de stille, norse Kempenaar: noeste werker, weinig woorden, blik op de grond. Dat beeld klopt, tot op zekere hoogte. Maar het vertelt niet het hele verhaal. Onder die zwijgzaamheid schuilt ook een diepe solidariteit en een bijna extreme loyaliteit. Kwaliteiten die hier geen luxe waren, maar noodzaak. Overleven deed je hier, tot ver in de twintigste eeuw, alleen samen.
Die gehechtheid aan streek en landschap voel ik vandaag nog elke keer als ik buiten ben. Al helemaal wanneer ik op het water zit.

Lokaal avontuur
Jarenlang trok ik er op uit. Verder, wilder, exotischer. Zoals zovelen dacht ik dat avontuur vooral elders te vinden was. Tot ik, geïnspireerd door het idee van lokaal avontuur, opnieuw leerde kijken naar wat dichtbij ligt. Naar rivieren die ik dacht te kennen. Naar landschappen waar ik doorheen was gefietst zonder ze echt te zien.
Mijn eerste kanotocht, meer dan twintig jaar geleden, was op de Grote Nete, het riviertje dat door mijn dorp stroomt. Vijf kilometer tot het volgende dorp. Meer was het niet. En toch voelde het als een expeditie. Omgevallen bomen, smalle doorgangen, onverwachte ontmoetingen. Ik herinner me nog hoe een ree, opgeschrikt door ons peddelritme, bijna in de kano sprong. Ik zag mijn omgeving plots vanuit een perspectief dat ik niet kende.
Niet veel later volgde de Kleine Nete. Aanvankelijk met gemengde gevoelens. De rivier was rechtgetrokken, ingesnoerd tussen dijken, moerassen waren drooggelegd, meanders verdwenen. Wat restte was een geul, diep uitgesleten, met steile oevers. De omgeving bleef grotendeels verborgen. Voor een kanovaarder voelde het niet bezield.

Herstel en herademen
Gelukkig is dat verhaal gekeerd. De voorbije jaren werd er hard gewerkt aan het herstel van de Kleine Nete. Dijken werden verplaatst, de rivier kreeg opnieuw ruimte, water kon weer vertraagd door het landschap bewegen. Niet alleen om ecologische redenen, maar ook om droogte en watertekort tegen te gaan. Het resultaat is voelbaar.
De hermeandering ter hoogte van het Olens Broek en De Hellekens is daar het mooiste voorbeeld van. De rivier kronkelt er opnieuw zoals ze dat altijd heeft gedaan. Het landschap opent zich. Rondom je, rietkragen, natte graslanden en vogelgeluiden. Als je er vandaag vaart, merk je het meteen: het water leeft. De Kleine Nete is niet alleen een van de properste rivieren van Vlaanderen, ze voelt ook weer als een rivier die zichzelf mag zijn.
Voor mij, als kanovaarder én als kanobouwer, is dat van onschatbare waarde. Een rivier is geen decor. Ze is een systeem. En wie erop vaart, draagt verantwoordelijkheid. Respectvol recreëren is voor mij geen slogan, maar een voorwaarde. Alleen zo kunnen we deze plek in haar huidige, kwetsbare schoonheid behouden.

Van water naar vuur
Vanuit die overtuiging is Ontdek de Kempen gegroeid. Geen klassiek event, geen strak programma, maar een weekend dat voortkomt uit wat deze streek te bieden heeft. Ik organiseer het samen met Stef Horemans van Charcoal Chef. Stef en ik delen dezelfde visie: buiten zijn vraagt geen opsmuk, wel aandacht. Voor materiaal, voor ingrediënten, voor het moment.
Overdag verkennen we de Kempen vanop het water. In houten kano’s volgen we het ritme van de Kleine Nete. Geen haast, geen prestatie. Onderweg is er tijd om te kijken, te luisteren, te proeven. Het landschap ontvouwt zich traag. Wie gewend is om snel te gaan, moet hier even schakelen. Maar net daarin schuilt de rijkdom.
’s Avonds verplaatsen we ons rond het vuur. Koken op open vuur dwingt tot eenvoud en samenwerking. Stef brengt zijn kennis en ervaring mee. We werken met eerlijke streekproducten, met smaken die passen bij dit landschap. Er wordt gesneden, geroerd, geproefd. En gedeeld. Ook letterlijk, met een proeverij van Kempense wijn en gin, producten die even eigenzinnig zijn als de streek zelf.

Slapen onder canvas
We overnachten in tipitenten, midden in de natuur. Geen luxe, wel comfort. Na het eten dooft het vuur langzaam uit. Gesprekken verstillen. De nacht neemt het over. De ochtend begint met vogelgezang, frisse lucht en een stevig ontbijt. Meer heeft een mens niet nodig.
Op zondag trekken we te voet het landschap in. Met een natuurgids die de Kempen leest zoals je een boek leest: aandachtig, met kennis van zaken. De lente laat zich zien in details. Jong groen, natte bodem, sporen van dieren. Het is een rustige afsluiter van een weekend dat draait om vertragen en verbinden.

Een uitnodiging
Ontdek de Kempen is geen groots avontuur. En net daarom is het er een. Het is een uitnodiging om opnieuw te kijken naar wat dichtbij ligt. Naar een streek die vaak als stil wordt omschreven, maar die wie goed luistert veel te vertellen heeft.
Ben je graag buiten? Hou je van water, vuur en eenvoud? Dan nodig ik je graag uit om dit weekend met ons mee te beleven. In de Kempen. Op het ritme van de rivier. Rond het vuur. Thuis, maar toch even helemaal weg.
Meer praktische informatie over het programma, data en inschrijven vind je hier


