Een micro-avontuur op Europa's oudste rivier

Na een lange bocht opent het landschap zich plots. De ochtendzon werpt haar eerste licht op de imposante kalkwanden van Freyr. We houden allebei even onze peddel stil. Het is zover. Robin en ik zijn aangekomen bij onze eerste klimspot van de dag, een van de meest legendarische massieven van België. Nog geen uur geleden vertrokken we stroomopwaarts uit Waulsort, onze kano volgeladen met klimmateriaal, kampeerspullen en eten voor drie dagen. Een micro-avontuur op de Maas: klimmen, peddelen en kamperen, allemaal op één rivier.

Canoeing on the Meuse at Freyr

Aan de voet van Freyr

Het idee voor deze trip borrelde al een tijd. Het verbindt twee passies die voor mij lange tijd gescheiden leefden. Twintig jaar lang lag mijn hart bij het water, kajaks, rafts, packrafts, zee of rivier, wild of rustig. De laatste tien jaar zelfs professioneel, als gids en instructeur. Maar elke lente, als we op de Ourthe langs het klimmassief van Sy peddelden, was er iets dat me fascineerde: de silhouetten van klimmers hoog tegen de wand, hun bewegingen traag en doelgericht. Ik dacht: dat wil ik ook.

Canoeing on the Ourthe at Sy and seeing rock climbers

Na de lockdownperiode schreef ik me in voor een klimschool. Enkele maanden later had ik mijn klimvaardigheidsbewijs op zak. De zaal beviel me niet, ik had altijd al liever modder aan mijn schoenen dan magnesium aan mijn handen, maar buiten, op echte rots, vond ik wat ik zocht: avontuur, concentratie, natuur.

Toen ik Robin vertelde over mijn plan om kanoën en klimmen te combineren, was hij meteen mee. De zoektocht naar een geschikte plek duurde even, we wilden geen lange afstanden rijden, en het moest haalbaar zijn met twee dagen verlof. Tot ik stuitte op een lijst van de International Canoe Federation: de honderd mooiste peddelplekken ter wereld. Op nummer zes: de Maas bij Dinant. En wat blijkt? Juist daar liggen ook Freyr, Le Paradou en andere klassieke klimlocaties. Beter kon niet.

Klimdag: Aan de voet van Freyr

Overlooking the Meuse Valley at freyr with the castle in the background

Onder een strakblauwe hemel laten we de kano zacht het water in glijden. De Maas is hier breed, spiegelglad. Het duurt niet lang voor de rotsen van Freyr opdoemen: witte wanden die recht uit het water omhoog rijzen, geflankeerd door donkere eikenbossen. Aan de overkant ligt het Château de Freyr, een renaissancekasteel met symmetrische tuinen, het ‘kleine Versailles’ van België.

Freyr is het grootste klimgebied van het land. Veertien deelmassieven, meer dan zeshonderd routes, van 4 tot 8c. Een plek met geschiedenis en karakter. Dat voel je meteen. Niet alleen de reputatie maakt indruk, ook de ligging. We zijn stil terwijl we naderen.

Robin climbing at Freyr La Tete du Lion

We beslissen eerst te verkennen. Via een pad klimmen we naar boven, naar de top van L’Al Lègne, met 120 meter de hoogste wand van België. De uitzichten zijn weids, maar de routes boven onze kunnen: lange multi-pitches, weinig haken, technisch en fysiek zwaar. Het is te veel voor vandaag. Dus zakken we terug af naar het water, op zoek naar iets haalbaarders.

Na wat bladeren in de topo kiezen we voor de Fissure Grune – niet alleen vanwege de mooie lijn, maar ook om haar geschiedenis. Het is de allereerste route die hier ooit werd geklommen. In 1931 opende koning Albert I zelf deze spleet, op zijn vijfenvijftigste. Toevallig: ook mijn leeftijd.

De route wordt gewaardeerd als een 4c, ruim binnen onze comfortzone. Maar al snel merken we dat de waardering hier weinig zegt. De rots is gepolijst, glad als een trap in een eeuwenoude kerk. Onze klimschoenen glijden weg, grepen zijn afgesleten. De Maas glinstert onder ons, en hoewel de bewegingen bekend zijn, voelt het vreemd onzeker. Na een paar meter besluiten we niet te pushen. Vandaag geen symbolische overwinning.

We blijven in Freyr en varen een stukje verder naar het deelmassief La Tête du Lion, dat als een sfinx met zijn poten in het water ligt. Hier vinden we korte routes, laag boven de oever. Terwijl snoekbaarzen uit het water springen, klauteren wij in de zon. Het contrast met L’Al Lègne is groot, maar het doet deugd.

Peddeldag: Van Freyr naar Yvoir

The Meuse in Hastiere

De volgende ochtend verlaten we onze bivakplek vroeg. De lucht is grijs, de heuvels nevelig. Gisteren nog peddelden we onder een staalblauwe hemel, vandaag zal het anders zijn. Maar eerlijk? We klagen niet. De rivier wacht.

Vanaf Waulsort hebben we een tocht van zo’n 18 kilometer voor de boeg, richting Yvoir. Volgens de International Canoe Federation is dit een van de mooiste peddeltrajecten ter wereld. Dat willen we zelf ervaren.

We glijden met de stroom mee, tussen glooiende oevers vol loofbos. De Maas kronkelt hier traag en statig, als een oude dame die haar verhaal niet snel hoeft te vertellen.

The Meuse at the confluence with the Lesse at Anserremme

We glijden met de stroom mee, tussen glooiende oevers vol loofbos. De Maas kronkelt hier traag en statig, als een oude dame die haar verhaal niet snel hoeft te vertellen. Voorbij het jachthaventje van Anseremme ligt onze eerste hindernis: een van drie sluizen die we vandaag moeten omzeilen. In België is het verval van de Maas gereguleerd met lage dammen. Voor de vrachtvaart zijn er bypasses, voor kano’s betekent het: uitstappen, overdragen, weer instappen. Geen probleem. Even de benen strekken.

Het begint te regenen. We schuilen onder een brug, bij de monding van de Lesse. De stilte is bijna tastbaar. Een half uur later trekt de bui weg. En dan doemt ze op: de Bayard-rots. Een 35 meter hoge naaldrots, als een dolk die uit het water steekt. Volgens de legende gespleten door het magische paard Bayard, met de vier Heemskinderen op zijn rug. Of het waar is, doet er niet toe. Het blijft indrukwekkend.

Niet veel later varen we Dinant binnen.

the Bayard Rock at Dinant

Dinant: Saxofoons en rots

De stad lijkt gebouwd voor fotografen: de gotische Collegiale Kerk met haar uivormige toren, de citadel op de klif, kleurrijke huizen langs de oever. Overal beelden van saxofoons – Adolphe Sax is hier geboren. De stad ademt muziek, en vanaf het water voelt ze nog harmonieuzer.

We meren aan bij een steiger in het centrum, lunchen, warmen op en wachten tot de lucht opentrekt. Dan varen we verder.

Collegiate Church of Our Lady at Dinant

Terug naar de natuur

Voorbij Dinant verandert het landschap weer. Minder stad, meer natuur. We passeren Houx, een dorp waar kastelen lijken te overheersen. Vier tellen we er, minstens. Even verder verschijnt een muur van steen aan de rechteroever – ons klimdoel van morgen: Le Paradou.

De Maas is hier rustig. De kilometers glijden weg onder onze kano. Geen spektakel, maar wel karakter. Is dit echt de zesde mooiste peddelplek ter wereld? Misschien niet. Maar wie houdt van een mix van natuur, cultuur en peddelplezier, zit hier goed.

Klimdag: Le Paradou, Yvoir

Robin, climbing at le Paradou in Yvoir

De laatste dag. Onze benen voelen het waterwerk, maar onze handen willen rots. Le Paradou is daarvoor ideaal: een breed massief met meer dan 150 routes, veelal in de vierde en vijfde graad. Veel lijnen zijn sportief behaakt en goed toegankelijk.

We beginnen op de Dalle Impériale, een grote plaat waar balans en techniek belangrijker zijn dan kracht. We klimmen enkele multi-pitches – routes met meerdere touwlengtes, waarbij je telkens een standplaats bouwt en doorwisselt. Voor ons is dat het mooiste klimmen: in etappes, samen, met pauzes op onverwachte plekken. Het uitzicht is weids, de sfeer ontspannen.

Multi-pitch vraagt wat meer denkwerk en samenwerking. Je checkt elkaars knopen, plant je communicatie, en anticipeert. Maar dat maakt het ook bevredigend: je klimt niet alleen, je functioneert als team.

We eindigen de dag op L’Aiguille, een slanke rotstoren die boven het groen uitsteekt. Bovenaan voel je je even bergbeklimmer, zelfs al is het maar veertig meter. De afdaling doen we via een rappel aan de achterkant. Touw uitwerpen, inbinden, diep ademhalen. Glijden. Klaar.

Robin, climbing at le Paradou in Yvoir

De waarde van dichtbij

We halen de kano op, vouwen onze spullen samen, drinken koffie aan het water. In drie dagen hebben we klimmassieven verkend, kastelen gezien, geschiedenis gevoeld, peddelsporen getrokken, en klimlijnen gelegd. En dat allemaal op een steenworp van huis.

Wat me steeds meer aanspreekt in dit soort micro-avonturen, is hun eenvoud. Geen verre reizen, geen complexe logistiek. Gewoon: een boot, een vriend, een rots. Avontuur, samengevat in één rivier.

Je hoeft geen Himalaya-expeditie te plannen om iets bijzonders te beleven. Soms is afslaan voldoende. Het avontuur ligt dichterbij dan je denkt.

lunch on the banks of the Meuse at Dinant